Een gelovig man, Cornelis van Oel schilderde met liefde en bewondering over de natuur en de schepping. “In mijn schilderijen wil ik getuigen van mijn bewondering voor wat God heeft gemaakt. Zoals God de wereld geschapen heeft, heb je je handen eraan vol”, sprak hij in een interview met het Utrechts Nieuwsblad van 28 november 1969. Dit schilderij, getiteld Zomer 1959 Kockengen, toont deze liefde bij uitstek.

Cor van Oel aan het werk in zijn woning aan de Van Schaardenburgweg 14 te Kockengen. De foto moet tussen 1965 en 1978 genomen zijn. Bron: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jrg. 13, nr.3, p.154.

Cornelis “Cor” van Oel kwam op 25 september 1899 te Delft ter wereld. Hij staat bekend als een naturalistisch-romantisch schilder.

Na eerst enige jaren aan de ambachtsschool en de MTS, afdeling bouwkunde, gestudeerd te hebben, kwam Van Oel in de leer bij kunstschilders Bongers en Van Rol. Van Rol is bekend van zijn illustraties in Verkade-albums.

In 1920 studeerde Van Oel enige tijd decoratieve kunst aan de Haagse Kunstacademie. Hierna verbleef hij in 1923 en 1924 voor een jaar met twee vrienden in Italië. Hier huurden zij met zijn drieën een kamertje voor destijds 7,50 gulden per week. Met 5 gulden per reisbrief voor de Delftsche Courant derfde Van Oel een voor die tijd aardig inkomen.

Na twee studiereizen in Frankrijk en Oostenrijk kwam Van Oel in 1927 definitief terug in Nederland, in Delft, aan de Westvest. Alhier besloot hij een woonboot te gaan bouwen, wat hem een jaar bezighield. Hij schilderde portretten om in ruil hiervoor hout voor zijn project te verkrijgen. Bij voltooiing doopte hij het woonschip De Sonnevaert. Met dit schip zwierf hij vervolgens veertig jaren over de Hollandse binnenwateren. In de winters lag hij afgemeerd aan de Geer te Delft, later verbleef hij ‘s winters veelal te Kockengen. Gedurende de oorlog lag hij met zijn scheepje te Monnickendam.

Na een eerder gefaald huwelijk tussen 1926 en 1930 hertrouwde Cor van Oel in 1940 met Mechelina “Lientje” van Renswoude uit Delft. Ze leefde eenvoudig en sober, zwierven voornamelijk over de Maas en Waal in de buurt van Woudrichem, zodat Van Oel vrijelijk in de open lucht kon schilderen. Samen waren ze gelukkig en het was dan ook een ware emotionele aanslag op Van Oel toen Lientje op 15 september 1952 kwam te overlijden. Van Oel heeft haar begraven op het kerkhof te Nieuwpoort aan de Lek, tegenover Schoonhoven.

Het rouwproces was lastig voor Van Oel, doch kwam hij zijn zware verlies te boven en trouwde op 14 oktober 1954 met Petronella Wilhelmina “Nel” Verwer, afkomstig uit Krommenie. Het huwelijk had plaats in het gemeentehuis van Alkmaar. Samen waren ze een gelukkig stel.

Zakelijk geluk kwam Van Oel tevens tegemoet. Zijn schilderijen brachten op tentoonstellingen aardig goede bedragen op, variërend van 125 tot 750 gulden. Dit laatste bedrag werd betaald voor zijn werk De Magere Brug te Amsterdam op een tentoonstelling te Nieuwkoop in 1965. Een Amerikaan die deze tentoonstelling bezocht was zelfs bereid 1.000 gulden te betalen voor een schilderij van Van Oel dat echter reeds voor een lager bedrag aan de Gemeente Kamerik was verkocht.

De gemeente Kamerik was niet de enige gemeente met interesse in het werk van Van Oel. Andere gemeentebesturen waar Van Oel opdrachten van ontving waren Kockengen, Wilnis, Zegveld en Woerden.

Na voltooiing van een schildersopdracht bleef Van Oel zich voor zijn werk verantwoordelijk voelen. Zo nam Van Oel zijn schilderstukken voor schoonmaak en restauratie mee naar huis, waarbij hij zei: “Burgemeester, er zit zoveel rookaanslag op, ik zal ze meenemen.”

Het was niet alleen zijn eigen werken die Van Oel restaureerde. Zo voerde hij tevens restauraties uit van andere schilderwerken en zelfs van beeldjes. Een van zijn grootste opdrachtgevers hiertoe was Jhr. Mr. W.C. van Wyck, burgemeester van Kockengen van 1952 tot 1969. Van Wyck was groot kunstliefhebber en -kenner.

Bij de restauratie van een van de werken in bezit van Van Wyck ontdekte Van Oel de handtekening van Albert Cuyp, een beroemde Hollandse schilder van zeeslagen. In Engeland was er een geïnteresseerde voor dit werk en deze bood 150.000 gulden aan Van Wyck. Van Wyck sloeg het aanbod af vindende dat het schilderij in Nederland moest blijven.

In 1965 maakte Van Oels leeftijd het varen met De Sonnevaert steeds lastiger. Het bij naburige huizen water halen, het ijs openbreken, het koste almaar meer moeite. Het kwam zelfs eens zover dat de brandweer van Kockengen het woonschip uit het ijs moest bevrijden. Hierop moet Van Oel “nooit meer Kockengen” hebben gezegd.

Bovendien maakte het toenemende verkeer op de grote rivieren het varen met een woonschip gevaarlijker. Uiteindelijk deed een nieuwe verordening van de Provincie Utrecht aangaande een verbod met een woonschip van her naar der te varen Van Oel besluiten De Sonnevaert te verkopen. De vijf dagen van verkoop en vertrek zou hij later de vijf slechtste dagen van zijn leven noemen.

De voorkeur voor een vaste verblijfplaats ging uit naar een woning gelegen aan de rivier, gelieve in Brakel of Ochten. Het lot bracht Van Oel en zijn vrouw Nel echter naar Kockengen, waar het gemeentebestuur hem een flatje op de Van Schaardenburgweg 14 aanbood. Van Oel en zijn vrouw wisten zich uiteindelijk te verzoenen met deze woonstek te Kockengen.

Waar het eerst voornamelijk riviergezichten betroffen, schilderde Van Oel nu des te meer dorpsgezichten. En in plaats van erop uit te zijn met De Sonnevaert, voer hij nu door land en dorp per fiets.

Brug te Kockengen (brug Driestammenweg): Links geschilderd door Cor van Oel (olieverf op board, 48 × 60 cm, collectie Gemeente Stichtse Vecht), Rechts hudige situatie (bron: Kockengen Pics (doubleyouim.nl/ /Kockengen/Kockengen%20pics-NE.htm))

Detail was voor Van Oel van belang. Kleine afwijkingen van de werkelijkheid ergerden hem. Wegens zijn streven tot precisie maakte hij regelmatig gebruik van foto’s ter ondersteuning van het geheugen. Zijn vrouw Nel ging hiernaast vaak mee om de juiste kleuren te onthouden. En “om op te letten dat ik niet overreden word”, zo sprak Van Oel in het Utrechts Nieuwsblad van 3 november 1972.

Van Oel en zijn vrouw Nel leidden een sober maar gelukkig bestaan. Hun AOW en de verkoop van Van Oels schilderijen verzorgden de inkomsten. De aanschaf van een kleurentelevisie maakte het voor Van Oel mogelijk natuurdocumentaires in kleur te kijken. Dit gaf hem groot plezier.

Van Oel had weinig op met de moderne schilderkunst en onderhield dan ook geen contacten met jonge schilders. Zijn liefde lach bij het ouderwetse schilderij: een goede vlakverdeling en compositie en het juiste kleurgebruik.

Dit valt goed te herkennen in het werk van Van Oel zelf, gebruik makend van fijne penselen om de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weer te geven. Levensechte waterpartijen en sprekende blauwe luchten zijn kenmerkend voor werken van Van Oel. Hij gaf het landschap graag sfeervol weer en maakte zodoende gebruik van wat hij zelf “feestelijke en blije kleuren” noemde.

Van Oel was in zijn werk een duidelijk meester, maar hij blies hieromtrent niet hoog van de toren. Alom bescheiden verweefde hij de signering in zijn schilderijen daarom altijd onopvallend in het motief.

In 1972 werd Van Oel ernstig ziek in het hospitaal opgenomen. Mentaal leed hij hier ontzettend onder. Na veertig dagen mocht hij gelukkig weer naar huis wederkeren. Zijn ziekte hield hij voor zich en besprak hij zelfs niet met zijn vrouw Nel.

Van Oel was nog lang niet gereed de wereld der sterfelijken achter zich te laten. Zo zei hij in het eerder genoemde interview uit het Utrechts Nieuwsblad van 3 november 1972: “Ik zou het [deze wereld] uit nieuwsgierigheid toch nog wel een poosje mee willen maken.”

Destijds was er sprake van toenemend geweld in Noord-Ierland en een dreiging van oorlog tussen India en Oost-Pakistan, maar ook van spannende ontwikkelingen als de opening van de Haringvlietdam en bemande ruimtevluchten naar de maan.

In 1978 werd Van Oel voor de tweede maal ernstig ziek. Hierop heeft hij zijn kwasten neergelegd en stopte hij met schilderen. Uiteindelijk overleed Cor van Oel op 5 maart 1979, 79 jaren oud. Hij werd op 8 maart 1979 begraven op begraafplaats Daelwijck in Utrecht-Overvecht. Zijn vrouw Nel overleefde hem met zes jaren en overleed op 9 augustus 1985.

Kockengense molen, foto André Russcher voor Utrechts Landschap (Kockengense Molen – Utrechts Landschap).

Over de Kockengense molen:

Vermoedelijk is deze wipmolen gebouwd in 1653, het jaar waarin voor het eerst melding wordt gemaakt van deze molen. Tot ongeveer 1960 heeft de molen met een scheprad de grote polder Kockengen bemalen.Cor van Oel heeft de molen geschilderd in 1959, vlak voordat deze functie werd overgenomen door een elektrisch gemaal. Tegenwoordig doet de molen slechts als reservegemaal dienst.

Bouwjaar

1653/1726

Type

wipwatermolen

Functie

poldermolen

Molenaar

Martien van Balgooi, Arie Verhoeff

Adres

Wagendijk 15, Kockengen.

Open

zaterdag 11.00 – 16.00 uur