Petrus Josephus Lutgers

Zelfportret van P.J. Lutgers uit 1844. Bron: Centraal Museum, Utrecht via Wikimedia Commons.

Dit boek, getiteld Gezichten aan de Rivier de Vecht, voorzien van een contemporaine leren band met goudversiering, bevat 86 originele lithografieën, oftewel litho’s, van Petrus Josephus Lutgers. Het eerste van één van vier van zulke werken, waarmee Lutgers zijn voornaamste bekendheid heeft verworven.

Lutgers werd geboren te Amsterdam, alwaar kort hierna gedoopt op 24 augustus 1808. Hij was de zoon van Johannes Josephus Lutgens, tot ergens voor 1830 dienaar der Justitie, vermoedelijk cipier, te Amsterdam, later te Loenen, en Elisabeth Cornelia van Kampen.

Het was in Loenen dat de toen 22-jarige Lutgers de liefde vond bij de één jaar jongere Maria Susanna Moen, naaister van beroep. Zij traden op 3 september 1830 in het huwelijk en gingen wonen op de Dorpsstraat 65 te Loenen. Samen kregen zij maar liefst acht kinderen, zes dochters en twee zonen, iets wat voor hun nederige woninkje te veel was. Zodoende verhuisden zij naar een ruimere woning aan het begin van de straat. Het was hier waar Lutgers het voornaamste deel van zijn leven woonde en werkte.

Dorpsstraat Loenen, Petrus Josephus Lutgers, omstreeks 1840. In het huis rechts heeft Lutgers het merendeel van zijn leven gewoond. Bron: Het Utrechts Archief (cat.nr. 200655).

Lutgers’ familienaam was dus Lutgens, maar hij ondertekende zijn werken met Lutgers. Waarom Lutgers publiekelijk deze naam droeg, heeft wellicht iets van doen met de heilige Liudger, aan wie de oude kerk van Loenen gewijd is. Privé ondertekende Lutgers wel met zijn eigenlijke naam.

Over Lutgers’ jeugd is niets bekend. Zijn werk, wat een scala aan technieken omvat, doet in ieder geval vermoeden dat hij was opgeleid aan een kunstacademie. Bij zijn trouwen gaf hij als beroep teekenmeester op. Zoiets doet toch vermoeden dat Lutgers reeds van behoorlijk niveau was, anders zou hij anderen immers niet kunnen onderwijzen.

De Glashut, P.J. Lutgers, omstreeks 1870. Dit betreft een losse, doch gedetailleerde potloodtekening van de hand van Lutgers voorstellende de rivier de Vecht met zicht op de twee hieraan gelegen glashutten en het bijbehorende buurtschap. Het begrip glashut is afgeleid van het Duitse woord Glashütte. De glashut is de voorloper van de glasfabriek. Ook nu nog is dit in Oud Over te Loenen gelegen buurtschapje bekend onder de naam De Glashut. Voor 1860 was het onder bewoners gebruikelijk as uit hun kachels en haarden te verzamelen en voor 2,50 gulden per schouw aan de glasfabriek te verkopen. De as was rijk aan kalium dat als smeltmiddel voor het kwartszand werd gebruikt. Na 1860 kwam de sodabereiding op en schakelde men op natronglas over.

Om in het levensonderhoud van zijn gezin met acht kinderen te voorzien, schilderde en tekende Lutgers niet alleen, maar bezat hij tevens een winkel in schrijf- en tekengerei en gaf hij tekenlessen. Dit laatste deed hij niet alleen bij hemzelf thuis. Regelmatig kwam hij op de naburige buitenplaatsen om de kinderen van de aldaar wonende gegoede burgerij te onderwijzen.

Een belangrijke leerling van Lutgers was Nicolaas Bastert, een andere kunstenaar die veel in de Vechtstreek gewerkt heeft en tevens hier op de tentoonstelling te zien valt. De band die Lutgers en Bastert onderhielden was meer dan de relatie tussen een leraar en zijn leerling, het was een ware vriendschap. De lessen bleken naar aantekeningen van Bastert meer te zijn dan slechts lessen in tekentechniek. Zo hebben Lutgers en Bastert veel over kunst en kunstgeschiedenis gesproken.

Het voornaamste deel van Lutgers’ oeuvre zullen wellicht zijn topografische werken zijn. Dit betreffen gewassen tekeningen, meestal uitgevoerd in zachtgrijze en bruine tinten. En getekend op houtvrij papier van Engelse afkomst, met het watermerk Whatman. Waar Lutgers bijzonder genoeg ook bekwaam in bleek, was het schilderen op porselein. Zo bezitten het Centraal Museum te Utrecht, alsmede het kasteel Gunterstein te Breukelen een verzameling beschilderde kopjes, waarvan de schoteltjes niet beschilderd zijn, en een serie dessertbordjes.

De Hervormde Kerk van Maarssen met uitzicht op de kerkweg, P.J. Lutgers, 1870. Een typisch topografische aquarel. Bron: Het Utrechts Archief (cat.nr. 202810).

Onderwerpen van Lutgers’ tekeningen waren vaak de typisch Nederlandse dorps- en stadsgezichten van zijn tijd, waaronder de buitenplaatsen van de Vechtstreek. Deze tekeningen verkocht hij vermoedelijk aan de eigenaren van deze buitens, nadat hij ze op steen had overgetekend ten behoeve van de productie van zijn litho’s.

 Het is goed mogelijk dat Lutgers door M. Mourot is geïnspireerd tot het maken van de series litho’s. M. Mourot had van 1828 tot 1830 namelijk een serie litho’s uitgebracht in twaalf afleveringen van elk 6 tot 9 stuks. Dit betroffen afbeeldingen van kastelen en buitenplaatsen ten zuiden van Utrecht.

Lutgers’ werk aan Gezichten aan de Rivier de Vecht begon zo in 1832 met acht series van 5 of 6 afbeeldingen in losse gebundelde uitgaven. In de daaropvolgende twee jaren publiceerde hij er telkens weer drie, in 1835 twee en in 1836 verscheen de laatste serie met een titelblad en de inleidende tekst. Zodoende voltooide hij zijn eerste verzamelwerk lithografieën.

Op die wijze volgden gedurende zijn leven nog drie andere soortgelijke gebundelde werken met litho’s. In 1844 Gezichten in de omstreken van Haarlem, bevattende 90 litho’s. In 1855 Gezichten in de omstreken van ‘s-Gravenhage en Leyden, bevattende 87 litho’s en door geschiedkundige W.J. Hofdijk van de nodige historische teksten voorzien. En tot slot in 1869 Gezichten in de omstreken van Utrecht, tevens 87 litho’s bevattende en wederom door Hofdijk met het nodige geschiedkundig commentaar aangevuld. Dit laatste werk was bovendien opgedragen aan Hare Majesteit, de Koningin der Nederlanden, destijds Koningin Sophie. Al deze werken bestonden hoofdzakelijk uit tekeningen van buitenplaatsen, waardoor zij gretige afname vonden onder de bezitters hiervan.

Het titelblad van Lutgers’ Gezichten in de omstreken van Utrecht met de opdracht aan Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden. Bron: Het Utrechts Archief (cat.nr. 135846).

Voor Lutgers was het tekenen niet slechts het bedrijven van de schone kunsten, maar ook een puur zakelijke aangelegenheid. Zo adverteerde hij de voorgenomen uitgave van nieuwe series van litho’s met regelmaat. Hij toonde voortekeningen bij erkende kunsthandelaren en riep “Heeren Handelaars, Verzamelaars en alle Voorstanders van Vaderlandsche Kunst” op om zijn werk te komen beschouwen.

Gunterstein van de Vechtzijde, P.J. Lutgers, 1835/1836, Bron: Het Utrechts Archief (cat.nr. 202395).

Lutgers staat sterk in verband met de kasteel Gunterstein te Breukelen. Hij onderhield een innige vriendschap met de aldaar wonende familie Willink van Collen. Hij onderwees de kinderen in de tekenkunst. Tevens heeft Lutgers voor hen onder meer een serie familieportretten geschilderd en getekend.

In 1869 maakte Lutgers, die aamborstig, oftewel astmatisch, was, een reis naar Zwitserland, waar hij de gezonde berglucht zeker aangenaam zou hebben gevonden. Tijdens deze toch heeft hij enkele schetsen gemaakt van het Zwitserse landschap. Aan de hand van deze schetsen maakte hij in de volgende jaren tal van gewassen tekeningen. Acht van deze zijn op Gunterstein bewaard gebleven. Het waren geschenken op verjaardagen en ze zijn stuk voor stuk gesigneerd met P.J. Lutgens, de eigenlijke naam van Lutgers, wat de innige band onderstreept.

Bij het overlijden van Daniël Willink van Collen, de heer van Gunterstein, op 15 oktober 1871 ontwierp Lutgers een rouwbord voor hem. Dit rouwbord werd in de familiekapel van de dorpskerk te Breukelen geplaatst en is vermoedelijk een van Lutgers’ laatste opdrachten geweest.

Berglandschap met rivier, P.J. Lutgers, 1866. Bron: Centraal Museum, Utrecht.

In 1859 had Lutgers reeds zijn vrouw, Maria Moen, op vijftigjarige leeftijd verloren. Acht jaren later, in 1867 overleed Lutgers’ jongste kind, één van zijn beide zoons, ‘na een langdurig en smartelijk lijden’, aldus Lutgers’ aankondiging in de courant. De zoon was pas twintig jaren oud.

Aan het einde van Lutgers bestaan liet zijn gezondheid steeds meer te wensen over. Zo schreef hij aan zijn goede vriend en medekunstenaar Bastert dat hij zich ‘zwak, lam en lusteloos’ voelde en zodanig niet in staat was hem thuis te komen bezoeken. Op 8 februari 1874 bezocht Bastert zijn leermeester voor het laatst in diens huis aan de Dorpsstraat te Loenen. Dit moet een emotioneel moment zijn geweest, wetende dat ze elkaar hoogstwaarschijnlijk voor de laatste keer zagen. Lutgers drukte Bastert nog op het hart het coloriet van de Venetiaanse schilder Titiaan te bestuderen. Een laatste raad van de meester aan zijn leerling.

Lutgers stierf ruim enkele maanden later op 19 april 1874, 65 jaren oud. Hij is begraven op de Algemene Begraafplaats te Loenen aan de Vecht.

Meld uzelf aan voor de nieuwsbrief
 © 2022 Vechtstreek Museum
Webdesign: JHmedia