Portret van L.C. Dudok de Wit alias Kees de Tippelaar met zijn hond Bebby op de Straatweg bij Breukelen.

“Een veelzijdig en buitenissig heer”, dat is de titel van een boek[1] over Leonard Corneille (Kees) Dudok de Wit (1843 – 1913), van de hand van Arie A. Manten en Ties Verkuil Sr.. Een zeer toepasselijke titel, want in Breukelen is hij onder zijn bijnaam Kees de Tippelaar nog altijd een begrip.  Niet in de laatste plaats vanwege de poffertjes, waarop hij op zijn verjaardag, 3 oktober, de kinderen van het dorp trakteerde. Ook meer dan een eeuw na zijn overlijden wordt deze traditie nog altijd voortgezet door de Stichting L.C. Dudok de Wit’s Fonds. De oprichting van deze stichting was door Kees Dudok de Wit in zijn testament bepaald.

[1] Arie A. Manten en Ties Verkuil Sr., Een veelzijdig en buitenissig heer – L.C. Dudok de Wit / Kees de Tippelaar / 1843-1913 – Historische reeks Breukelen 1, Stichting Historische Reeks Breukelen, 1993, ISBN 90.6550.119.3

Naast een naar hem genoemde stichting heeft er lange tijd ook een vereniging bestaan die naar Kees Dudok de Wit was genoemd, namelijk de Wandelsportvereniging Dudok de Wit. Opgericht in 1958 als voortzetting van de Wandelvereniging Rode Kruis, organiseerde deze vereniging jaarlijks rond de geboortedag van Kees wandeltochten. Ook voor de oprichting van deze vereniging werden overigens vanuit Den Haag en Utrecht al wandelmarsen ter herdenking van Kees Dudok de Wit georganiseerd, en ook in Baarn bestond een wandelvereniging die zijn naam droeg.

Gezicht op de linker- en voorzijde van het huis Slangevecht bij Breukelen uit het noordwesten, met op de voorgrond L.C. Dudok de Wit alias Kees de Tippelaar.

Deze wandelverenigingen en wandelmarsen geven een indruk van de belangrijke rol die Kees Dudok de Wit voor de ontwikkeling van de wandelsport, in Nederland en internationaal, heeft gespeeld en verklaren zijn bijnaam Kees de Tippelaar.  Kees behoorde tot een vooraanstaande Amsterdamse familie die veel vermogen had verzameld in de suikermakelaardij. Het was dan ook niet vreemd dat hij als jonge man naar Nederlands-Indië werd gestuurd om kennis te maken met de suikercultuur. Hoewel de reis door zijn familie bedoeld was om hem daarmee voor te bereiden op een rol in de suikermakelaardij, ontdekte Kees hier zijn liefhebberij voor het reizen en langeafstandswandelen. Hij maakte meerdere grote wandeltochten, waaronder als eerste blanke Europeaan een maandenlange tocht door Java over een afstand van 3.560 kilometer.

Na reizen naar Oost Azië en Amerika, maakte hij diverse voettochten in Europa (onder andere Antwerpen, Parijs en Wenen werden door hem bezocht). Ook binnen Nederland maakte hij vele voetreizen. Ook ging Kees nog meerdere keren terug naar Amerika waar hij onder andere in 1876 na zijn aankomst in New York naar de wereldtentoonstelling in Philadelphia wandelde. Zijn voorkeur voor het reizen te voet en zijn gewoonte om steeds met hetzelfde koffertje en in dezelfde oude kleding te reizen leverden hem veel aandacht op, evenals zijn gewoonte om met behulp van een afstandsmeter elke voetstap te registreren. Hij wordt dan ook gezien als een pionier met betrekking tot het sportieve langeafstandswandelen.

De tentoonstelling Schilders van de Vechtstreek belicht een veel minder bekende activiteit van Kees Dudok de Wit. Hij was namelijk ook een begaafd tekenaar, die tijdens zijn reis naar Nederlands-Indië veel van wat hij zag in meerdere gedetailleerde tekeningen heeft vastgelegd. Reeds aan boord van het schip dat hem in 1865 naar Indië bracht, maakte hij diverse realistische schetsen van de landschappen die hij passeerde. Ook van de Indische bevolking maakte hij knappe portretten. Verschillende van deze tekeningen zijn opgenomen in zijn boek Herinneringen ontleend aan reizen te Water, te Voet en per Spoor uit 1881.

Gezicht op de linker- en voorzijde van het Museum voor Land- en Volkenkunde naast het huis Slangevecht bij Breukelen uit het noordwesten.

Portret van een zwemmende L.C. Dudok de Wit alias Kees de Tippelaar bij een roeiboot in de Vecht in de omgeving van Breukelen.

Niet onvermeld mag tot slot blijven dat Kees Dudok de Wit de oprichter was van (naar verwachting) het allereerste museum in de gemeente Stichtse Vecht. Vanaf het begin van zijn reizen verzond Kees onderweg aangeschafte reisherinneringen en kunstvoorwerpen met kisten vol naar Slangevecht. Na zijn collectie enige tijd tentoongesteld te hebben in het nieuwe buitenhuis Vegt en Hoff, besloot Kees bij zijn eigen landgoed Slangevecht een afzonderlijk museum te laten bouwen. Op 25 juni 1889 werd de eerste steen gelegd. En een klein jaar later werd het geheel ingerichte museum voor het publiek geopend. De collectie bestond vooral uit curiosa, zoals opgezette dieren, veel vogels, Chinees ivoorsnijwerk, kledingstukken van boomschors, huiden van slangen, voorwerpen gemaakt van kruidnagels en veel ‘photographieën’.

Gezicht op de vijver van het huis Slangevecht bij Breukelen, met links een aantal als figurant geklede etalagepoppen.