Voortvarend in de Vechtstreek

Twee eeuwen industrie

Van Leer vatenfabriek in Loenen.Het Vechtstreekmuseum richt in 2013 samen met het Streekmuseum Vredegoed, het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen en de historische kringen van Maarssen, Breukelen en Loenen de spotlights op de industriële bedrijvigheid in de 19de en 20ste eeuw langs Vecht en kanaal.

Na alle aandacht in 2012 voor de historische buitenplaatsen die ooit deze streek het aanzien van een ‘Stichts paradijs’ gaven, werd behoefte gevoeld nu aandacht te vragen voor de vele vormen van industriele en ambachtelijke bedrijvigheid die voor het leven van de dorpsbewoners bepalend is geweest, dag in dag uit, het hele jaar door.

Met de tentoonstelling “Voortvarend in de Vechtstreek” willen de zes organiserende partijen belangstelling wekken voor wat industrie en ambacht twee eeuwen lang aan dynamiek hebben gebracht. Bovendien hopen ze het onderzoek hiernaar te bevorderen en de herinneringen hieraan levend te houden.

De expositie is verdeeld over drie locaties, die elk een eigen thema behandelen. In het Vechtstreekmuseum in Maarssen komt de nieuwe industrie van na 1800 aan bod, bijvoorbeeld Bammens, Plaatwerkerij en Verzinkerij te Maarssen, stoomzuivelfabriek Insulinde te Breukelen, Houtzagerij Hulsman te Nieuwersluis, de Glasfabriek bij Loenen, en niet te vergeten Van Leer in Vreeland. In het Streekmuseum Vredegoed in Tienhoven treft u verhalen en objecten over de oude industrie van voor 1800 aan, met name van de steen- en pannenbakkerijen te Zuilen. Het RHC Vecht en Venen in Breukelen toont tenslotte de ambachtelijke bedrijvigheid van onder andere scheepswerfjes, sigarenmakerijen en brouwerijen, die ook rijk vertegenwoordigd waren.

Rondleidingen

Met ingang van zaterdag 6 april 2013 vinden er iedere eerste zaterdag van de maand gratis rondleidingen door de tentoonstelling plaats, telkens om 14.00 uur en om 15.30 uur. Ook in het openingsweekend op zaterdag 16 en zondag 17 maart a.s. kunt u op deze tijden aan een gratis rondleiding deelnemen. Wel gelden de reguliere toegangsprijzen. 

Op andere momenten kunt u rondleidingen tegen de gebruikelijke tarieven met ons afspreken. 

 

Vanaf zaterdag 16 maart a.s. tentoonstelling ‘VOORTVAREND IN DE VECHTSTREEK, twee eeuwen industrie’ te zien in het Vechtstreekmuseum.

Van Leer, vatenfabriek, Loenen aan de Vecht.Na alle aandacht voor de historische buitenplaatsen in 2012, is het nu tijd om een ander aspect uit de geschiedenis van de gemeente Stichtse Vecht uit te lichten, namelijk de industrieën en de ambachten tussen 1800 en 2000 rond Vecht en het kanaal.

 

Voorwerpen van industrieën in Stichtse Vecht

Oproep

Het Vechtstreekmuseum en de Historische Kringen van Loenen, Breukelen en Maarssen werken samen aan een nieuwe tentoonstelling voor 2013, een tentoonstelling over industrieën in de Vechtstreek in de 19e en 20e eeuw.

Hiervoor zijn wij op zoek naar objecten om als bruiklenen te exposeren.

Buitenplaatsen aan de Vecht

Wegens succes wordt de tentoonstelling
Buitenplaatsen aan de Vecht - nieuwe rijken in de 17e & 18e eeuw
uit 2008 voortgezet in de komende jaren. Het educatieve project is hieraan 'gekoppeld'.  Wie kent niet de prachtige buitens langs de rivier de Vecht, met een park eromheen en soms zelfs een koetshuis en theekoepel? Toch is dit nog maar een kwart van de hoeveelheid buitens die in vroeger dagen in volle glorie stonden te pronken langs de Vecht.  

IHuisLuxemburguitsnede3n de tentoonstelling "Buitenplaatsen aan de Vecht, nieuwe rijken in de 17e & 18e eeuw" in het Vechtstreekmuseum wordt de bezoeker 300 jaar mee terug genomen toen er in de Vechtstreek een haast aaneengesloten gordel van buitenhuizen en grote buitenplaatsen ontstond. Verspreid over een afstand van zo'n 40 km hebben er langs de Vecht bijna 200 gestaan, een concentratie die nergens anders in ons land voorkwam. In het museum zijn op een grote plattegrond een honderdtal van deze buitenplaatsen uit heden en verleden aangegeven.

De tentoonstelling schetst een beeld van deze indrukwekkende buitenplaatsen en het leven dat men er leidde. De meeste werden gebouwd en bewoond door rijke Amsterdammers, die 's zomers de volle stad wilden verruilen voor de aangename, landelijke omgeving die zij aantroffen langs de oevers van de Vecht. Deze buitenplaatsen waren voor de eigenaren zowel belegging als bron van ontspanning en vermaak, maar tegelijkertijd ook een symbool van hun status.